Vorige pagina
 
 
 

Beweging en verstilling - het werk van Marina van der Kooi is zo paradoxaal als dichtkunst. En wat voor poëzie geldt, telt ook voor haar bronswerk en keramiek. De paradox werkt slechts als er een bezield verband is of, beeldend gesteld, als het werk een ziel toont. Marina's beelden doen dat. De koeien in haar Melkrij hebben ieder een eigen karakter. De voorste heeft de fiere gang van een leider, de tweede is een typische volger, maar de nonchalante tred van de laatste wekt het vermoeden dat hij straks afhaakt of een omweg kiest. In kunst is 'ziel' echter een meervoudig begrip. Die koeien tonen niet alleen hun eigen ziel, maar ook die van hun maker. Wie de koeien in de Waterlandse weide achter Marina's atelier ziet grazen, herkent misschien haar modellen, maar voorziet hij ook hun herbezieling op de boetseertafel? Dezelfde koeien die zo alledaags de melkweg volgen, lenen zich voor bizarre luchtdansen. Dan telt alleen nog de luchtige ziel van de maker. Wie beter kijkt ziet dat elk van de koeien in zo'n luchtdans uit dezelfde mal komt. Dat benadrukt het ding-achtig karakter van het levende dier. 'Ontromantiserend' noemt de beeldhouwer zelf die ontzieling van haar acrobatische koeien. Toch heeft elke koe zijn eigen zeggingskracht door de plek en positie die hij inneemt.

Naast koeien maakt Marina van der Kooi ook lopende mannen. Traplopend, maar ook langs elkaar heen of uiteen lopend. Het zijn altijd weer anonieme personages, die elkaar kruisen zonder elkaar waar te nemen. Of die wel bijeenstaan, maar ook dan zonder zichtbaar contact te hebben. Ze lijken onpersoonlijk en inwisselbaar, maar hebben door hun plek in de context toch ieder een eigen motoriek. De man op de bovenste tree van de trap loopt anders, behoedzamer dan de mannen die lager lopen. Alleen de man die de trap verlaat is ontspannen. Marina's koeien en mannen tonen de charme van het zichtbare. Dat leidt tot ogenschijnlijk klassieke beelden, maar wie twee keer kijkt ziet dat daarin tegelijkertijd wordt afgerekend met romantische conventies, met de opvatting dat dingen vaststaande voorwerpen zijn en dat de mens een zelfstandig individu is met een unieke identiteit.

Lange tijd was het werk van Marina van der Kooi geïnspireerd door de ideeëngeschiedenis over wat de wereld is en wie wij mensen zijn. Het idee dat de mens uit statische materie bestaat ontwikkelde zich, bij de filosoof Martin Heidegger, tot een notie van de mens als dynamisch deel van het oneindige 'zijn'. Marina's werk maakte een soortgelijke ontwikkeling door. Ze begon met hakken in steen, maakte vervolgens een serie holle keramische koppen zoals Leunend hoofd, en uiteindelijk een reeks transparante constructieve koppen. Die laatste constructies gingen het formaat van haar vroegere werk te boven. Van 2000 tot in 2002 stond op de rotonde bij de Amsterdamse Wenckebachweg een open kop van 7,5 meter hoog. En nog altijd koestert Marina de wens om een kop van 20 meter hoog te maken, waar mensen doorheen kunnen lopen.

Verstilde hoofden, open koppen als luchtkastelen, dansende koeien, anonieme mannen, of suggestieve emblemen zoals Golf, boot, vis...Van het denkbare naar het zichtbare, en terug. De wisselwerking tussen idee en verbeelding is een blijvende motor in Marina's werk. Soms roept een idee een vorm op, soms is er eerst de vorm en toont zich daarin een idee. Nu eens introvert, dan weer extravert...
De paradoxale kracht van haar beelden noodt tot blijvend kijken

  Arie van den Berg, april 2008

 

Beweging en verstilling